Kwaliteit in een veranderend zorglandschap

De zorgsector is onderhevig aan veranderingen. Elk jaar vinden er wijzigingen plaats in het zorgstelsel. Denk maar aan de bezuinigingen, marktwerking, de decentralisatie van zorgtaken naar gemeenten, technologische ontwikkelingen, de toenemende kwaliteitseisen en de steeds stijgende zorgkosten. Met al deze wijzigingen worden zorginstellingen voor uitdagingen gesteld. Om de kwaliteit van hun zorg te kunnen blijven garanderen, is het noodzakelijk dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) haar toezichtkaders aan de veranderende situaties steeds aanpast.

In het begin van dit jaar heeft de IGZ een werkplan opgesteld waarin diverse thema’s werden beschreven die dit jaar extra aandacht zouden krijgen. Het thema ‘Het veranderende zorglandschap’ kan breed opgevat worden, maar heeft voor wat betreft het werkplan van de IGZ met name betrekking op de veranderingen in de langdurige en curatieve zorg. 

Veranderingen in de langdurige zorg

Ouderen willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen en daar de nodige zorg ontvangen. Meestal hebben deze mensen te maken met verschillende zorg- en hulpverleners, inclusief mantelzorgers en vrijwilligers. Dit wordt ook wel het netwerk van een patiënt genoemd.

De samenwerking en afstemming in een netwerk is belangrijk voor de kwaliteit van de zorg. Hoe beter er wordt samengewerkt en hoe beter de verschillende zorgverleners hun taken op elkaar afstemmen, hoe beter de kwaliteit van de zorg zal zijn. In het afgelopen jaar is de IGZ met een aantal projecten gestart met als doel te onderzoeken hoe zij de zorg en ondersteuning die mensen thuis ontvangen, op kwaliteit en veiligheid kan toetsen. 

Onderzoek naar toezicht op netwerken in de zorg thuis

De IGZ heeft twee onderzoeksinstituten (VUmc/Emgo+ en Nivel) de opdracht gegeven om een beeld te schetsen van het toezicht op netwerken in de thuiszorg. Beide projecten liepen gelijktijdig. Ze richtten zich op hetzelfde domein, maar met een andere insteek. Zo voerde Nivel een onderzoek uit naar het toezicht op de samenwerking in de zorg en ondersteuning van kwetsbare cliënten thuis. Hierbij werd op meso- en macroniveau naar het toezicht op netwerken gekeken. Experts werden geïnterviewd en wetteksten en literatuur werden geraadpleegd. VUmc/Emgo+ daarentegen voerde een onderzoek uit naar het effectief toezicht op zorgnetwerken van thuiswonende kwetsbare ouderen (microniveau). Aan de hand van literatuur en vanuit het perspectief van cliënten en van zorgverleners en organisaties onderzocht de VUmc/Emgo+ de risico’s voor kwetsbare oudere cliënten in de thuissituatie. 

Samenwerking binnen een netwerk

Uit beide onderzoeken is naar voren gekomen dat de samenwerking tussen de verschillende zorg- en hulpverleners onvoldoende op een netwerk lijkt. De onderzoekers van VUmc/Emgo+ ondervonden dat zorg- en hulpverleners niet altijd op de hoogte te zijn van elkaars betrokkenheid. Ze communiceren nauwelijks met elkaar. Het zijn meestal de ouderen die de regie hebben, maar deze regie kunnen ouderen verliezen wanneer ze ouder worden, of na een incident, zoals een ziekenhuisopname of het overlijden van een partner. Wie in dergelijke situaties de regie op zich neemt, is veelal niet bekend. Hierdoor wordt de kans op risico’s voor ouderen thuis vergroot. 

Ook onderzoekers van Nivel ondervonden gelijkwaardige resultaten. Zorgverleners blijken te zeer gericht te zijn op hun eigen doel. Ze hebben geen zicht op het totaalplaatje. Als de inspectie onderzoek wil doen naar de zorg thuis, dan dient zij dit binnen één netwerk bij alle zorgverleners afzonderlijk te doen.

Bovendien bleek uit de onderzoekgegevens dat verschillende randvoorwaarden voor samenwerking nog onvoldoende zijn uitgewerkt. Voorbeelden hiervan zijn de financiering die een (intensieve) samenwerking mogelijk maakt en afspraken rondom gegevensuitwisseling en privacy. 

Toezicht op netwerken in de langdurige zorg thuis

Naast de twee onderzoeksinstituten is de IGZ ook zelf met een project gestart: ‘Toezicht op netwerken in de langdurige zorg thuis’. Het doel van dit project was het ontwikkelen van een toezichtskader voor netwerken in de langdurige zorg thuis. Het project richtte zich op de afstemming tussen professionals en nam het perspectief van de cliënt als vertrekpunt. Zorgverleners als ook cliënten werden naar hun ervaringen met de langdurige thuiszorg gevraagd als ook naar het functioneren van de netwerken rondom de cliënt.

De IGZ ondervond tijdens haar onderzoek dat de informatie-uitwisseling tussen zorg- en hulpverleners soms te wensen overlaat en dat mantelzorgers soms kritischer op samenwerking zijn dan de cliënten zelf. Verder waren cliënten positief te spreken over het feit dat ze bij het toezicht werden betrokken. 

Uit de drie onderzoeken blijkt hoe belangrijk de samenwerking tussen zorgverleners en –aanbieders in de zorg thuis is. De onderzoeksresultaten en het advies van beide onderzoeksinstituten aan de IGZ worden meegenomen bij het vaststellen van het toezichtsbeleid op netwerken in de zorg thuis voor

2017. 

Veranderingen in de curatieve zorg

Zoals u in het artikel Sturen op Good Governance in de zorg hebt kunnen lezen, kunnen ingrijpende organisatorische veranderingen, zoals een fusie, een verhuizing of een bestuurswissel, gevolgen hebben voor de kwaliteit en veiligheid van een zorginstelling. Hoewel het de verantwoordelijkheid van zorginstellingen is om (mogelijke) risico’s te signaleren en beheersmaatregelen te nemen, toetst de IGZ of de Raad van Bestuur in staat is om zijn eindverantwoordelijkheid voor kwaliteit en veiligheid te nemen. 

Verbeteringen zichtbaar bij particuliere klinieken

De IGZ hanteert voor particuliere klinieken dezelfde normen, richtlijnen en wet- en regelgeving als voor ziekenhuizen. De kwaliteitsindicatoren voor ziekenhuizen en particuliere klinieken zijn dit jaar samengevoegd tot de Basisset MSZ2017 (Medisch Specialistische Zorg). Het doel van deze samenvoeging is om inzicht te krijgen in risico’s in de gehele medisch specialistische zorg. De inspectie vindt dat patiënten er op moeten kunnen vertrouwen dat de zorg in particuliere klinieken net zoals in ziekenhuizen goed en veilig is. 

In de zomer kondigde de IGZ aan verbeteringen te zien bij particuliere klinieken. Dit is mooi nieuws, aangezien tijdens een onaangekondigde inspectie in 2014 bleek dat verbeteringen op diverse punten, zoals op het gebied van incidentenmanagement, patiëntenrechten, medicatieveiligheid en infectiepreventie noodzakelijk waren. Dit jaar werden deze klinieken nogmaals onaangekondigd bezocht. Alle klinieken die in het kader van toezicht op operaties in 2014 waren bezocht, blijken nu aan de gestelde voorwaarden te voldoen. Klinieken die in het kader van regulier toezicht waren bezocht, hebben de ontvangen verbetermaatregelen adequaat opgepakt. 

Een andere kleine verbetering is te zien bij de screening van patiënten op delier (een plotselinge, ernstige verwardheid) voordat ze een operatie ondergaan. Slechts 28% in vergelijking met 8% in 2013 voeren deze screening uit. Ondanks de stijgende lijn is het zorgelijk dat 72% van de klinieken deze screening nog niet uitvoeren. Om deze reden blijft de inspectie de ontwikkelingen bij particuliere klinieken volgen. 

ZKN-keurmerk

De brancheorganisatie Zelfstandige Klinieken in Nederland (ZKN) heeft meegewerkt aan de onderzoeken van de IGZ. De aanbevelingen van de IGZ neemt zij mee om het ZKN-keurmerk daarop aan te passen. Het keurmerk wordt jaarlijks aangescherpt en door de onafhankelijke certificeringsinstanties Kiwa of Lloyd’s gecontroleerd op kwaliteit en veiligheid. De ZKN informeert de klinieken actief over veranderingen op het gebied van wet- en regelgeving en biedt hen cursussen op het gebied van onder andere kwaliteit en veiligheid. 

Veranderingen binnen de Jeugdzorg

Op het gebied van jeugdhulp ontstaan nieuwe initiatieven die tot andere zorgvormen en manieren van zorgverlening leiden. Zo zijn er fusies en overnames zichtbaar die tot grootschalig zorgaanbod leiden, maar ook komen er steeds nieuwe, kleinschalige aanbieders van jeugdhulp bij. Naast zorgaanbieders met de grootste risico’s brengt de IGZ ook inspectiebezoeken bij nieuwe zorgaanbieders. Hierbij wordt gekeken naar de medicatieveiligheid, cliëntdossier, de deskundigheid en inzet van het personeel en de vrijheidsbeperking. Voor nieuwe zorgaanbieders passen de inspecties Jeugdzorg en Gezondheidszorg de toets Nieuwe toetreders jeugdhulp toe. Deze toets hebben ze onlangs bij drie nieuwe aanbieders binnen de jeugdhulp uitgevoerd. Twee van deze (Driestroomhuis In Nij Begijn en Gezinshuis Taurangahaumaru) voldoen aan alle basiseisen en worden daarom door de IGZ niet meer als nieuwe toetreder beschouwd. Zorgaanbieders, zoals Gezinshuis Bij Ons, die een of meerdere verbeterpunten hebben ontvangen, worden door de inspecties in de gaten gehouden. 

De IGZ zal zich in 2017 met name richten op fusies, overnames en nieuwe aanbieders. Hierbij let de inspectie er op of de veiligheid van de jongeren op de eerste plaats komt. Dit toezicht wordt in samenwerking met andere inspecties georganiseerd, zowel binnen het jeugddomein, als ook binnen het bredere sociaal domein.

Bronnen: IGZ, Zorgkrant, FMT Gezondheidszorg, Blik op Nieuws, Inspectie Jeugdzorg, Skipr
Foto: Gerd Altmann