GGZ ontbreekt aan zorg op maat

Boze huisartsen, ontmoedigende GGZ-medewerkers en gefrustreerde patiënten….. De eisen en regels in de GGZ zorgen voor chaos. Patiënten met depressieve stoornissen staan op een wachtlijst van vijf maanden; een kind van acht jaar met een angststoornis kan dit jaar geen hulp meer krijgen omdat het budget op is; en weer andere patiënten met ernstige psychische problemen worden behandeld door een huisarts, die kennis op dit gebied tekort schiet. Het zou niet vreemd moeten zijn dat er steeds meer ongelukken en (zelf)moorden plaatsvinden, waarbij mensen met een complexe psychische stoornis zijn betrokken. Zorg op maat is wat ontbreekt in de GGZ.  

Wijzigingen in de GGZ

De laatste jaren is er veel in de GGZ veranderd om de zorg te verbeteren en betaalbaar te maken. Omdat veel problemen in de GGZ schijnbaar (groten)deels te wijten zijn aan de wijzigingen in de GGZ, gaan we eerst in op deze wijzigingen.

Een van de grote wijzigingen vond plaats in 2006. In dat jaar werd marktwerking in de zorg ingevoerd. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders hebben hierdoor meer vrijheid gekregen. Ze kunnen bijvoorbeeld onderhandelen over de prijs van een behandeling. Marktwerking zou uiteindelijk tot betere en efficiëntere behandelingen en lagere zorgpremies moeten leiden.

In 2014 werd er een nieuw GGZ-systeem ingevoerd met als doel dat patiënten een passende behandeling op de juiste plek zouden krijgen. Deze wijziging betekende een omvorming van het GGZ-stelsel, waarbij de GGZ werd opgesplitst in de Generalistische Basis GGZ en Gespecialiseerde GGZ. De zorg zou hierdoor beter en goedkoper worden doordat patiënten niet onnodig naar dure specialistische GGZ-instellingen worden doorverwezen.

Nog een andere wijziging heeft te maken met de hervorming van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) van 2015, waardoor een groot deel van de GGZ nu onder de basiszorgverzekering van de Zorgverzekeringswet (Zvw) valt. Zorgverzekeraars zijn, met uitzondering van de langdurige GGZ en de Jeugd-GGZ, hiervoor verantwoordelijk.

Patient Journey

In Nederland kampt jaarlijks bijna 20% van de volwassenen met psychische problemen, zoals depressie, angst, stress en slapeloosheid. In de praktijk komt de patiënt eerst bij de huisarts terecht. De huisarts bepaalt de aard en de ernst van de klachten. In één consult van tien minuten dient de huisarts een vrij specifieke diagnose vast te stellen, zodat de patiënt gericht kan worden doorverwezen. De huisarts baseert zijn beslissing aan de hand van een aantal criteria:

  • De aard van de klachten
  • De ernst van de problematiek
  • De complexiteit van de klachten
  • Het risico
  • Vermoeden van een DSM benoemde stoornis (een classificatiesysteem voor psychische aandoeningen)

De huisarts kan de patiënt doorverwijzen naar: de praktijkondersteuner van de huisarts (afgekort POH GGZ), de Generalistische Basis GGZ of de Gespecialiseerde GGZ.

POH GGZ
Sinds de invoering van het nieuwe GGZ-systeem in 2014 moeten huisartsen en praktijkondersteuners steeds meer patiënten zelf behandelen. Omdat het onmogelijk is om in een gesprek van tien minuten een diagnose vast te kunnen stellen, verwijst de huisarts patiënten vaak eerst naar de POH-GGZ. De POH-GGZ heeft de noodzakelijke kennis en tevens ook de tijd (een uur voor elke patiënt) om een beter beeld te krijgen van de aard en ernst van de problematiek van de patiënt.

In de regel mogen huisartsen en de POH-GGZ alleen patiënten met lichte psychische problemen behandelen. Hierbij kunt u denken aan rouw na verlies, werkgerelateerde problemen of aanpassingsproblemen. Een behandeling bestaat meestal uit een combinatie van gesprekken en zelfhulpprogramma’s, medicijnen, psycho-educatie of e-health (internetbehandelingen).

GENERALISTISCHE BASIS GGZ
Als de POH GGZ de patiënt niet verder kan helpen of als de huisarts bij het eerste gesprek vermoedt dat er sprake is van een DSM benoemde stoornis, dan wordt de patiënt naar de Generalistische Basis GGZ doorverwezen.

De Generalistische Basis GGZ  behandelt patiënten met mildere, niet-complexe psychische problemen. Patiënten kunnen verschillende behandeltrajecten doorlopen:

  • Een kort of middellang behandeltraject met e-health en behandeling;
  • Een intensief traject met consulten en behandeling bij een psycholoog/psychiater en e-health;
  • Een langdurig traject voor chronische problemen.

GESPECIALISEERDE GGZ
Zijn de klachten van de patiënt na de Generalistische Basis GGZ-behandeling nog niet verbeterd, dan wordt de patiënt naar de Gespecialiseerde GGZ doorverwezen. Natuurlijk kan ook de huisarts een patiënt naar aanleiding van het eerste gesprek direct doorverwijzen. Dit wordt gedaan bij (zeer) complexe aandoeningen. Hierbij is er vaak sprake van ambulante zorg of opname in een GGZ-instelling.

Patient journey voor kinderen

Hulpverlening aan kinderen en jongeren is zeer specifiek en kan niet door alle huisartsenpraktijken worden aangeboden. Hierdoor doorlopen kinderen tot 18 jaar met psychische problemen een andere journey dan volwassenen.

Zoals volwassenen, gaan kinderen/jongeren ook eerst naar de huisarts en eventueel daarna naar de POH-GGZ. Bij lichte psychische klachten kunnen de huisarts en praktijkondersteuner hulp bieden. Is de ernst van de problemen zwaarder, dan kan de huisarts de jonge patiënt naar instanties binnen de jeugdhulp doorverwijzen (Jeugd-GGZ). Onder Jeugd-GGZ vallen de volgende vormen van jeugdhulp:

  • E-health, psycho-educatie, gedragstherapieën, gezinsbegeleiding en vaardigheidstraingen
  • Andere vormen van begeleiding, zoals bij ADHD
  • Specialistische hulp en/of behandeling met of zonder verblijf in een GGZ-instelling
  • Persoonlijke verzorging en verpleging
  • Begeleiding en transport naar de zorglocatie
  • Jeugdreclassering, kinderbescherming of beschermd wonen

Problemen binnen de GGZ

STEEDS LANGERE WACHTTIJDEN
Uit onderzoek van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) blijkt dat de wachttijden voor behandeling bij een psycholoog steeds langer worden. 47% van de ondervraagde psychologen werkt met een wachtlijst, die in 62% van de gevallen langer is dan redelijk. Patiënten met ernstige psychische klachten moeten vaak langer dan acht weken wachten voordat ze bij een Gespecialiseerde GGZ terecht kunnen.

HOGE DRUK OP HUISARTSEN
Met de invoering van het nieuwe GGZ-systeem in 2015 zouden huisartsen uitsluitend patiënten met lichte psychische problemen moeten behandelen. Huisartsen hebben hiertoe praktijkondersteuning voor GGZ (POH-GGZ) geregeld.

80% van de patiënten met psychische klachten wordt echter door de huisarts behandeld of naar een POH-GGZ doorverwezen. De meeste huisartsen ervaren met name bij patiënten met zwaardere psychische klachten problemen. Niet alleen speelt gebrek aan tijd een rol, maar ook voelen huisartsen zich onvoldoende bekwaam om dergelijke patiënten te behandelen. Daarnaast is het aantal patiënten zo sterk toegenomen, dat zelfs de POH-GGZ de druk niet meer aan kan en ook al een wachttijd heeft.

SAMENWERKING SPECIALISTEN EN

HUISARTSEN
Huisartsen worden amper geïnformeerd wanneer patiënten met zware psychische klachten na opname in een GGZ-instelling naar huis worden gestuurd. Zodra de patiënt weer ontspoord is en weer op de stoep staat van de huisarts, dan kan de huisarts deze patiënt moeilijk terug naar de GGZ-instelling, waarmee de patiënt bekend is, sturen. Dit betekent dat een behandeling niet kan worden opgepakt en dat het proces van behandelen weer van vooraf aan begint; dus met een intake en behandelplan en natuurlijk met de bijbehorende wachttijden.

ADMINISTRATIEVE LAST
Door de wijzigingen in de GGZ is de administratieve last voor GGZ-instellingen sterk toegenomen. De overheid vereist registraties die vaak op verschillende manieren en in verschillende systemen moeten worden bijgehouden. Een psycholoog blijkt een kwart van zijn tijd bezig te zijn met zijn administratie. Zonder een te veel aan administratieve eisen zou een psycholoog per dag twee patiënten meer kunnen behandelen.

MARKTWERKING
Door de invoering van marktwerking in de GGZ ontvangen de meest complexe GGZ-patiënten niet de behandeling die ze nodig hebben. Zorgverzekeraars zijn geobsedeerd door kostenplaatjes. Het draait bij hen om cijfers en niet om patiënten. Patiënten met zeer complexe psychische klachten zijn voor zorgverzekeraars niet interessant. Zorginstellingen die deze patiënten behandelen zijn niet in het voordeel van zorgverzekeraars, waardoor ze de kans om gecontracteerd te worden mislopen. Hierdoor worden deze patiënten al snel geweigerd. Ze komen op straat terecht, met grote gevolgen van dien.

BUDGETPLAFONDS
Het probleem met budgetplafonds hangt samen met het probleem van marktwerking. Door marktwerking mogen zorgverzekeraars en zorgaanbieders over de prijs onderhandelen. Zorgverzekeraars, maar ook de gemeente (voor zorg die onder de Wmo valt), kopen jaarlijks zorg in bij selectieve zorgaanbieders. Hierbij maken ze ook afspraken over de kwaliteit van de behandeling.

Indien een zorginstelling het door de zorgverzekeraar of gemeente vastgestelde budgetplafond dreigt te overschrijden, dan worden patiënten bij deze instelling afgewezen. Volgens GGZ Nederland hebben zorgverzekeraars voor 2016 minder zorg ingekocht dan voor 2015.

Patiënten en huisartsen

Patiënten en huisartsen zijn de dupe van deze problemen. De patiënt heeft óf een wachttijd van een aantal weken óf ontvangt niet de gepaste zorg. In het laatste geval kunnen patiënten het gevoel krijgen dat zij van het kastje naar de muur worden gestuurd. Daarnaast kunnen ze ook gedemotiveerd raken, doordat ze geen licht aan het einde van de tunnel zien of kunnen ze gefrustreerd raken doordat ze niet direct worden behandeld. Afhankelijk van de ernst van de klachten kan een lange wachttijd grote gevolgen hebben voor de patiënt en zijn naasten.

Ook huisartsen en POH-GGZ hebben een zware last op hun schouders. Het is gemakkelijk gezegd dat huisartsen een grens zouden moeten trekken tussen welke zorg binnen en buiten hun kennis en kunde valt. Hoe denkt u dat het voor een huisarts is om zijn patiënt naar huis te sturen met een wachttijd van twee of meer maanden? Ze kunnen niet in een glazen bol kijken en weten wat er in de komende maanden in het hoofd van de patiënt zal omgaan. De gevolgen van een patiënt met ernstige psychische problemen kunnen dramatisch zijn, denk maar aan sociaal isolement, psychoses of zelfmoord.

Met het aantal problemen in de GGZ kunnen we ons afvragen of de maatregelen die de overheid heeft genomen ook daadwerkelijk bezuinigingen voor de zorg opleveren of dat deze de problemen enkel en alleen verleggen en/of vergroten.  

Structurele oplossingen

Structurele oplossingen zijn noodzakelijk om ervoor te zorgen dat patiënten zo snel mogelijk op de juiste plek kunnen worden behandeld.

E-HEALTH
Een oplossing die huisartsen en de POH-GGZ ontlasten, zijn e-health-toepassingen. In plaats van steeds meer geld te pompen in nieuwe klinieken, moet er meer geïnvesteerd worden in nieuwe producten en programma’s. Met e-health kunnen patiënten starten voordat zij contact hebben gehad met een GGZ-instelling. Hierdoor kunnen patiënten sneller en adequaat worden geholpen. Dit lijkt een gemakkelijke oplossing, maar ook zorgverzekeraars moeten hieraan willen meewerken.

STOP OVERBODIGE REGISTRATIES
Meer tijd voor patiënten zou beschikbaar komen als de administratieve last van psychologen wordt verminderd. Het dubbel invoeren van registraties moet worden voorkomen. De patiënt hoort vóór de administratie gaan.

BETERE SAMENWERKING
Niet alleen heeft de huisarts baat aan een goede samenwerking tussen specialisten en huisartsen, maar ook de patiënten zelf. De huisarts dient geïnformeerd te worden als patiënten uit een GGZ-instelling worden ontslagen. Mocht de patiënt na een tijd weer bij hem/haar op de stoep staan, dan is de huisarts op de hoogte van zijn behandeling en weet hij/zij wat er speelt. Door een goede samenwerking kan de huisarts contact opnemen met de specialist en kunnen ze samen het een en ander overleggen. Het is immers de specialist die voldoende kennis heeft van zwaar psychische problemen en niet de huisarts.

OVERHEID
Om de wachttijd te verminderen, moet het aantal bedden in GGZ-instellingen drastisch worden verlaagd, zodat patiënten kunnen doorstromen. Dat doorstromen gaat echter alleen als de gemeenten meer investeren in de opbouw van ambulante zorg en randvoorwaarden voor een goede behandeling, zoals ondersteuning, werk en beschermd wonen. Deze voorzieningen zouden in relatie moeten staan met het aantal bedden. Het ministerie van VWS zou hierop meer regie moeten nemen.

Met de nodige aanpassingen kunnen we heel wat leed in de toekomst besparen. Zo kunnen we voorkomen dat een kindje met een angststoornis pas volgend jaar geholpen kan worden (zoals nu in Almere het geval is), dat wachttijden té extreem worden (zoals nu het geval bij Emergis), dat kinderen door pesten zelfmoord plegen, maar ook dat volwassenen zelfmoord plegen of een dodelijk ongeluk veroorzaken. Het is van groot belang dat de GGZ-problemen spoedig worden aangepakt.

Bronnen: Remke van Staveren | ArtsenAuto, Zorgwijzer, NHG, GGZNieuws, LHV De Dokter | Corien Lambregtse, Gemeente.Nu, GGZ Nederland
Foto: Unsplash