Goedkope medicijnen leiden tot risico’s

Goedkope medicijnen kunnen volgens onderzoeksinstituut Nivel tot problemen leiden voor hartpatiënten. Hoewel dit een verontrustende bevinding is, gaf Minister Schippers begin deze maand aan bijna 3 miljoen euro in de ontwikkeling van goedkope geneesmiddelen te willen investeren. Waarom steekt onze minister geld in risicovolle medicijnen?

Oorzaken dure medicijnen

Het is vanzelfsprekend dat de ontwikkeling van een medicijn geld kost. De hoge eisen voor het registreren van een medicijn zorgen ervoor dat elke stof op effectiviteit en veiligheid wordt onderzocht. Pas in een later stadium worden medicijnen op mensen getest. Hierbij wordt gekeken naar onder andere de medicijnopname in het lichaam, de veiligheid en eventuele bijwerkingen. Slechts één op de tien nieuwe medicijnen die voor het eerst bij de mens worden getest, wordt goedgekeurd. Dit leidt dan logischerwijs tot enorme onderzoeks- en ontwikkelingskosten. Maar als geneesmiddelen die niet succesvol zullen zijn, eindeloos worden onderzocht, zoals Marcel Levi, bestuursvoorzitter van het AMC, zelf heeft ervaren, dan wordt er in de farmaceutische industrie ook onnodig veel geld uitgegeven.

Bovendien wordt er ook geld aan marketing besteed. Marketing zou eigenlijk voor daadwerkelijk effectieve medicijnen overbodig moeten zijn. Artsen zijn vaak al op de hoogte zodra een effectief nieuw medicament op de markt komt. Het blijkt dat marketing met name door fabrikanten wordt ingezet, die een kopie van een bestaand geneesmiddel op de markt hebben gebracht of een geneesmiddel dat niets toevoegt aan de behandeling van een patiënt.

Echter, de kosten voor onderzoek, ontwikkeling en marketing zijn niet de voornaamste oorzaak van de ontzettend dure medicijnen. Het probleem ligt vooral in het feit dat Nederland geen referentiekader heeft dat bepaalt welke prijs voor een medicijn redelijk is. Dit betekent dat farmaceutische fabrikanten vrijwel elke prijs kunnen vragen, waardoor medicatie voor ziekten waarvoor nog geen goed medicijn beschikbaar is, extreem duur kunnen zijn.

Wisselende prijzen

Een jaar geleden stond een Amerikaans farmaceutisch bedrijf in het nieuws omdat het een medicijn 5000 keer duurder had gemaakt. In plaats van 13,73 dollar zouden patiënten met ernstige parasitaire infecties en ziektes, 750 dollar per tablet moeten gaan betalen. Dit medicijn (Daraprim) bestond al meer dan 60 jaar. De reden van deze prijsstijging was meer geld te ontvangen om  het medicijn verder te kunnen verbeteren.

Dergelijke prijsstijgingen vinden niet alleen in Amerika plaats, maar ook in Nederland. In Nederland zijn de prijzen voor bijvoorbeeld kanker in de laatste jaren meer dan driemaal  zo duur geworden. Ook hierbij verwijzen de fabrikanten naar de hoge ontwikkelingskosten. Echter, de totstandkoming van een medicijn en tevens de verbetering hiervan blijft vaak geheim, waardoor niemand weet hoeveel een bedrijf aan de ontwikkeling of verbetering van een medicijn heeft besteed.

Vergoeding goedkoopste medicijn

Over het algemeen vergoeden zorgverzekeraars alleen de goedkoopste variant van een medicijn met dezelfde werkzame stof. Dure medicatie wordt in veel gevallen alleen bij medische noodzaak vergoed. Dit beleid heeft de zorg reeds honderden miljoenen euro’s bespaard. Onbekend blijft echter hoe hoog de zorgkosten zijn vanwege problemen die patiënten met een nieuw medicijn kunnen hebben ondervonden. Zo kunnen patiënten vanwege de bijwerkingen van een goedkoop medicijn in het ziekenhuis zijn opgenomen, meerdere malen bij de huisarts of cardioloog zijn geweest of hebben ze zich vaker op het werk ziek gemeld. Een verhoogd aantal ziekenhuisbezoeken en een toename aan medicatie maken een behandeling alsnog duurder en vaak ook nog langer.  

Onderzoek goedkope medicijnen

Uit het door Nivel uitgevoerd onderzoek krijgt vier op de tien hartpatiënten met medicatie, problemen bij het gebruik van een goedkopere variant van het voorgeschreven medicijn. In deze goedkopere variant zitten andere hulpstoffen in, die aanleiding kunnen

geven dat de medicatie niet aanslaat of dat patiënten last van bijwerkingen krijgen. Het gebruik van goedkopere varianten met nieuwe verpakkingen kan ook ertoe leiden dat patiënten in de war raken of dat ze de nieuwe medicatie niet meer vertrouwen en daardoor deze niet meer of in mindere mate gaan slikken.

Niet alleen hartpatiënten ondervinden problemen met goedkope medicatie, ook andere patiënten. Op het internet zijn diverse voorbeelden te vinden van patiënten die door een goedkoper geneesmiddel in het ziekenhuis belanden, omdat het middel niet werkt, zoals zij zijn gewend. Toen in 2012 het patent op Arimidex - een medicijn voor de nabehandeling van borstkanker - was verlopen, mochten andere fabrikanten kopieën van het medicijn maken en konden zorgverzekeraars besluiten om alleen de goedkope varianten te vergoeden.

Een variant op Arimidex bleek echter veel bijwerkingen te hebben, zoals zware hoofdpijn, overgangsklachten en hevige baarmoederlijke bloedingen. Deze bijwerkingen zorgden ervoor dat patiënten vaker aan de bel trokken bij hun arts. Dergelijke situatie komt nog steeds veelvuldig voor.  Verzekeraars vergoeden uitsluitend de goedkope varianten, die zij ook wel voorkeursgeneesmiddelen noemen. Patiënten die het oorspronkelijke ‘dure’ geneesmiddel willen blijven gebruiken, zijn genoodzaakt dit zelf te betalen.

Het door Nivel uitgevoerde onderzoek gaf aanleiding tot verder onderzoek. Nivel en De Hart&Vaatgroep gaan bij de minister van Volksgezondheid aandringen voor aanvullend onderzoek.

Subsidie goedkope medicijnen

Na het lezen van de voorgaande paragrafen komt het wellicht vreemd over dat minister Schippers een subsidie van bijna 3 miljoen euro aan de ontwikkeling van goedkope geneesmiddelen heeft toegekend. Dit geld gaat niet zomaar naar een farmaceut, maar wordt verstrekt aan de Stichting Fair Medicine. Deze stichting werkt samen met artsen, patiënten, medicijnfabrikanten en investeerders. In tegenstelling tot de meeste farmaceutische organisaties wil Fair Medicine op een transparante manier geneesmiddelen ontwikkelen en produceren en tegen een zo laag mogelijke prijs op de markt brengen. Dit betekent dat Fair Medicine inzicht wil geven aan zijn ontwikkelkosten.

De subsidie is bedoeld als financiële ondersteuning en is tevens verbonden aan een aantal verplichtingen. Zo is Fair Medicine verplicht om volledig open te zijn over de ontwikkelkosten, mogen ze beperkte winstmarges vragen en dienen zij voor andere investeerders te zorgen. Deze subsidie moet leiden tot meer inzicht in de ontwikkelingskosten van geneesmiddelen en uiteindelijk tot goedkopere medicijnen.

Toekomst

Het is duidelijk dat de farmaceutische industrie veel macht heeft bij het bepalen van de prijs van medicijnen. Dat minister Schippers dit tegen wil gaan, is een goed initiatief. Maar of de gesubsidieerde, goedkope medicijnen ook daadwerkelijk effectief zullen zijn, is nog maar de vraag. Nivel, De Hart & Vaatgroep en ook andere onderzoeksinstituten en verenigingen geven niet voor niets aan dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Er moet meer onderzoek worden gedaan naar de beleving van de werking van verschillende goedkope medicijnen en de klachten die mensen ervaren.

Positief is dat Fair Medicine een stichting is, en dus niet, zoals andere farmaceutische bedrijven, naar winst streeft. Daarnaast worden patiënten, behandelaren en kennisinstituten nauw bij het proces betrokken en mogen ze hun stem uitbrengen. Ondanks dat er diverse ondernemingen deel uitmaken aan de stichting en die allen een kosten-baten-afweging maken, blijft het doel van de stichting effectieve en betaalbare geneesmiddelen voor iedereen toegankelijk te maken, en dus niet de uitkeringen aan de aandeelhouders.


Bron: ANP, Nefarma, Trouw, Kennislink, Patiëntenfederatie Nederland, Rijksoverheid, Pharmaceutisch Weekblad, Fair Medicine
Foto: Starline/Freepik